Woordenlijst
Engels (US) – Werkwoorden oefenen
achterlopen
De klok loopt een paar minuten achter.
veroorzaken
Suiker veroorzaakt veel ziekten.
verrassen
Ze verraste haar ouders met een cadeau.
geloven
Veel mensen geloven in God.
overtuigen
Ze moet haar dochter vaak overtuigen om te eten.
nemen
Ze moet veel medicatie nemen.
openen
Het kind opent zijn cadeau.
uitspringen
De vis springt uit het water.
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
kussen
Hij kust de baby.
voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.