Woordenlijst
Marathi – Werkwoorden oefenen
brengen
De koerier brengt een pakketje.
wegrennen
Iedereen rende weg van het vuur.
uitknijpen
Ze knijpt de citroen uit.
nodig hebben
Ik heb dorst, ik heb water nodig!
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
geven
De vader wil zijn zoon wat extra geld geven.
afwassen
Ik hou niet van afwassen.
schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!
accepteren
Ik kan dat niet veranderen, ik moet het accepteren.
overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.
uitleggen
Ze legt hem uit hoe het apparaat werkt.