Woordenlijst
Hebreeuws – Werkwoorden oefenen
laten staan
Vandaag moeten velen hun auto’s laten staan.
bidden
Hij bidt in stilte.
uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.
kiezen
Het is moeilijk om de juiste te kiezen.
doorgaan
Kan de kat door dit gat gaan?
rondreizen
Ik heb veel rond de wereld gereisd.
wegrijden
Ze rijdt weg in haar auto.
overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.
vooruitgang boeken
Slakken boeken alleen langzame vooruitgang.
stoppen
Je moet stoppen bij het rode licht.
evalueren
Hij evalueert de prestaties van het bedrijf.