Woordenlijst
Litouws – Werkwoorden oefenen
missen
Hij mist zijn vriendin erg.
wassen
De moeder wast haar kind.
de weg vinden
Ik kan goed de weg vinden in een labyrint.
praten met
Iemand zou met hem moeten praten; hij is zo eenzaam.
imiteren
Het kind imiteert een vliegtuig.
schilderen
De auto wordt blauw geschilderd.
overrijden
Helaas worden er nog veel dieren overreden door auto’s.
spelen
Het kind speelt liever alleen.
kiezen
Het is moeilijk om de juiste te kiezen.
bekend zijn met
Ze is niet bekend met elektriciteit.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.