Woordenlijst
Duits – Werkwoorden oefenen
overrijden
Helaas worden er nog veel dieren overreden door auto’s.
uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.
opletten
Men moet opletten voor de verkeerstekens.
doorlaten
Moeten vluchtelingen aan de grenzen worden doorgelaten?
verbazen
Ze was verbaasd toen ze het nieuws ontving.
ontwikkelen
Ze ontwikkelen een nieuwe strategie.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
verkopen
De handelaren verkopen veel goederen.
eten
De kippen eten de granen.