Woordenlijst
Tsjechisch – Werkwoorden oefenen
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
verminderen
Ik moet absoluut mijn stookkosten verminderen.
openen
Kun je dit blikje voor me openen?
vernielen
De tornado vernielt veel huizen.
uitspringen
De vis springt uit het water.
werken aan
Hij moet aan al deze bestanden werken.
wennen aan
Kinderen moeten wennen aan het tandenpoetsen.
genereren
We genereren elektriciteit met wind en zonlicht.
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?
roepen
De jongen roept zo luid als hij kan.
verwijderen
Onkruid moet verwijderd worden.