Woordenlijst
Engels (US) – Werkwoorden oefenen
noemen
Hoeveel landen kun je noemen?
uitspreiden
Hij spreidt zijn armen wijd uit.
voorstellen
Hij stelt zijn nieuwe vriendin voor aan zijn ouders.
springen
Hij sprong in het water.
bereiden
Ze bereiden een heerlijke maaltijd.
worden
Ze zijn een goed team geworden.
trekken
Hij trekt de slee.
antwoorden
Zij antwoordt altijd eerst.
denken
Wie denk je dat sterker is?
rondkomen
Ze moet rondkomen met weinig geld.
verwachten
Mijn zus verwacht een kind.