Woordenlijst
Hebreeuws – Werkwoorden oefenen
gebeuren
Hier is een ongeluk gebeurd.
bevelen
Hij beveelt zijn hond.
drinken
Ze drinkt thee.
mengen
Je kunt een gezonde salade met groenten mengen.
slaan
Ouders zouden hun kinderen niet moeten slaan.
kijken
Iedereen kijkt naar hun telefoons.
nemen
Ze moet veel medicatie nemen.
opletten
Men moet opletten voor de verkeersborden.
gebruiken
We gebruiken gasmaskers in het vuur.
eens zijn
De buren konden het niet eens worden over de kleur.
vergeven
Ik vergeef hem zijn schulden.