Woordenlijst
Roemeens – Werkwoorden oefenen
moeten
Hij moet hier uitstappen.
vernietigen
De bestanden worden volledig vernietigd.
rijden
Ze rijden zo snel als ze kunnen.
vertrekken
De trein vertrekt.
verkiezen
Veel kinderen verkiezen snoep boven gezonde dingen.
veranderen
Veel is veranderd door klimaatverandering.
springen
Hij sprong in het water.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
bedienen
De chef bedient ons vandaag zelf.
voorbijgaan
De tijd gaat soms langzaam voorbij.
drinken
De koeien drinken water uit de rivier.