Woordenlijst
Engels (US) – Werkwoorden oefenen
noemen
Hoeveel landen kun je noemen?
wonen
Ze wonen in een gedeeld appartement.
bezorgen
Onze dochter bezorgt kranten tijdens de vakantie.
huilen
Het kind huilt in het bad.
overtreffen
Walvissen overtreffen alle dieren in gewicht.
schoonmaken
Ze maakt de keuken schoon.
pronken
Hij pronkt graag met zijn geld.
reizen
We reizen graag door Europa.
overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.
schoppen
Ze schoppen graag, maar alleen bij tafelvoetbal.
oefenen
De vrouw beoefent yoga.