Woordenlijst
Engels (US) – Werkwoorden oefenen
werken
De motorfiets is kapot; hij werkt niet meer.
bezoeken
Een oude vriend bezoekt haar.
bouwen
Wanneer werd de Chinese Muur gebouwd?
missen
Ze heeft een belangrijke afspraak gemist.
achteruit zetten
Binnenkort moeten we de klok weer achteruit zetten.
vrezen
We vrezen dat de persoon ernstig gewond is.
kussen
Hij kust de baby.
vergeven
Ik vergeef hem zijn schulden.
verwijderen
De vakman heeft de oude tegels verwijderd.
staan
De bergbeklimmer staat op de top.
verwijderen
Hoe kan men een rode wijnvlek verwijderen?