Woordenlijst
Engels (US) – Werkwoorden oefenen
controleren
De monteur controleert de functies van de auto.
snijden
Voor de salade moet je de komkommer snijden.
vragen
Mijn kleinkind vraagt veel van mij.
uitvoeren
Hij voert de reparatie uit.
missen
Ze heeft een belangrijke afspraak gemist.
uit elkaar halen
Onze zoon haalt alles uit elkaar!
leiden
De meest ervaren wandelaar leidt altijd.
naar buiten rennen
Ze rent met de nieuwe schoenen naar buiten.
zijn
Je moet niet verdrietig zijn!
aannemen
De sollicitant werd aangenomen.
terugkomen
De boemerang kwam terug.