Woordenlijst
Engels (US) – Werkwoorden oefenen
bidden
Hij bidt in stilte.
binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
roepen
De jongen roept zo luid als hij kan.
doorbrengen
Ze brengt al haar vrije tijd buiten door.
bedanken
Ik bedank je er heel erg voor!
kussen
Hij kust de baby.
stoppen
Hij stopte met zijn baan.
verkiezen
Veel kinderen verkiezen snoep boven gezonde dingen.
voorstellen
Hij stelt zijn nieuwe vriendin voor aan zijn ouders.
parkeren
De auto’s staan in de ondergrondse garage geparkeerd.
met de trein gaan
Ik ga er met de trein heen.