Woordenlijst
Grieks – Werkwoorden oefenen
leiden
Hij leidt het meisje bij de hand.
verslagen worden
De zwakkere hond wordt verslagen in het gevecht.
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
leren kennen
Vreemde honden willen elkaar leren kennen.
failliet gaan
Het bedrijf gaat waarschijnlijk binnenkort failliet.
sparen
Het meisje spaart haar zakgeld.
praten met
Iemand zou met hem moeten praten; hij is zo eenzaam.
ontbijten
We ontbijten het liefst op bed.
stoppen
De agente stopt de auto.
studeren
Er studeren veel vrouwen aan mijn universiteit.
geïnteresseerd zijn
Ons kind is erg geïnteresseerd in muziek.