Woordenlijst

Leer werkwoorden – Engels (US)

cms/verbs-webp/111750395.webp
go back
He can’t go back alone.
teruggaan
Hij kan niet alleen teruggaan.
cms/verbs-webp/92456427.webp
buy
They want to buy a house.
kopen
Ze willen een huis kopen.
cms/verbs-webp/85010406.webp
jump over
The athlete must jump over the obstacle.
overspringen
De atleet moet over het obstakel springen.
cms/verbs-webp/87142242.webp
hang down
The hammock hangs down from the ceiling.
hangen
De hangmat hangt aan het plafond.
cms/verbs-webp/75487437.webp
lead
The most experienced hiker always leads.
leiden
De meest ervaren wandelaar leidt altijd.
cms/verbs-webp/117890903.webp
reply
She always replies first.
antwoorden
Zij antwoordt altijd eerst.
cms/verbs-webp/100565199.webp
have breakfast
We prefer to have breakfast in bed.
ontbijten
We ontbijten het liefst op bed.
cms/verbs-webp/132125626.webp
persuade
She often has to persuade her daughter to eat.
overtuigen
Ze moet haar dochter vaak overtuigen om te eten.
cms/verbs-webp/50772718.webp
cancel
The contract has been canceled.
annuleren
Het contract is geannuleerd.
cms/verbs-webp/90773403.webp
follow
My dog follows me when I jog.
volgen
Mijn hond volgt me als ik jog.
cms/verbs-webp/111792187.webp
choose
It is hard to choose the right one.
kiezen
Het is moeilijk om de juiste te kiezen.
cms/verbs-webp/75423712.webp
change
The light changed to green.
veranderen
Het licht veranderde in groen.