Woordenlijst
Leer werkwoorden – Catalaans
oferir
Què m’ofereixes pel meu peix?
aanbieden
Wat bied je me aan voor mijn vis?
estirar
Ell estira el trineu.
trekken
Hij trekt de slee.
esmorzar
Preferim esmorzar al llit.
ontbijten
We ontbijten het liefst op bed.
excloure
El grup l’exclou.
uitsluiten
De groep sluit hem uit.
ajudar
Tothom ajuda a muntar la tenda.
helpen
Iedereen helpt de tent opzetten.
lliurar
La nostra filla lliura diaris durant les vacances.
bezorgen
Onze dochter bezorgt kranten tijdens de vakantie.
esperar
Encara hem d’esperar un mes.
wachten
We moeten nog een maand wachten.
explorar
Els astronautes volen explorar l’espai exterior.
verkennen
De astronauten willen de ruimte verkennen.
mirar
Ella mira a través d’un forat.
kijken
Ze kijkt door een gat.
dormir
El bebè dorm.
slapen
De baby slaapt.
protegir
Un casc està destinat a protegir contra accidents.
beschermen
Een helm moet tegen ongelukken beschermen.