Woordenlijst

Leer werkwoorden – Italiaans

cms/verbs-webp/100965244.webp
guardare giù
Lei guarda giù nella valle.
naar beneden kijken
Ze kijkt naar beneden het dal in.
cms/verbs-webp/70055731.webp
partire
Il treno parte.
vertrekken
De trein vertrekt.
cms/verbs-webp/102304863.webp
calciare
Attenzione, il cavallo può calciare!
schoppen
Pas op, het paard kan schoppen!
cms/verbs-webp/124575915.webp
migliorare
Lei vuole migliorare la sua figura.
verbeteren
Ze wil haar figuur verbeteren.
cms/verbs-webp/46565207.webp
preparare
Lei gli ha preparato una grande gioia.
bereiden
Ze bereidde hem groot plezier.
cms/verbs-webp/101383370.webp
uscire
Alle ragazze piace uscire insieme.
uitgaan
De meisjes gaan graag samen uit.
cms/verbs-webp/108350963.webp
arricchire
Le spezie arricchiscono il nostro cibo.
verrijken
Specerijen verrijken ons eten.
cms/verbs-webp/122010524.webp
intraprendere
Ho intrapreso molti viaggi.
ondernemen
Ik heb veel reizen ondernomen.
cms/verbs-webp/83636642.webp
colpire
Lei colpisce la palla oltre la rete.
slaan
Ze slaat de bal over het net.
cms/verbs-webp/120193381.webp
sposarsi
La coppia si è appena sposata.
trouwen
Het stel is net getrouwd.
cms/verbs-webp/60625811.webp
distruggere
I file saranno completamente distrutti.
vernietigen
De bestanden worden volledig vernietigd.
cms/verbs-webp/75487437.webp
guidare
L’escursionista più esperto guida sempre.
leiden
De meest ervaren wandelaar leidt altijd.