Woordenlijst

Leer werkwoorden – Sloveens

cms/verbs-webp/85191995.webp
razumeti se
Končajta svoj prepir in se končno razumita!
overweg kunnen
Stop met ruziën en kunnen jullie eindelijk met elkaar overweg!
cms/verbs-webp/104849232.webp
roditi
Kmalu bo rodila.
bevallen
Ze zal binnenkort bevallen.
cms/verbs-webp/120801514.webp
pogrešati
Zelo te bom pogrešal!
missen
Ik zal je zo erg missen!
cms/verbs-webp/61806771.webp
prinesti
Kurir prinese paket.
brengen
De koerier brengt een pakketje.
cms/verbs-webp/32685682.webp
zavedati se
Otrok se zaveda prepira svojih staršev.
bewust zijn van
Het kind is zich bewust van de ruzie van zijn ouders.
cms/verbs-webp/94482705.webp
prevesti
Lahko prevaja med šestimi jeziki.
vertalen
Hij kan tussen zes talen vertalen.
cms/verbs-webp/73488967.webp
pregledati
V tem laboratoriju pregledujejo vzorce krvi.
onderzoeken
Bloedmonsters worden in dit lab onderzocht.
cms/verbs-webp/120220195.webp
prodati
Trgovci prodajajo veliko blaga.
verkopen
De handelaren verkopen veel goederen.
cms/verbs-webp/21529020.webp
teči proti
Deklica teče proti svoji mami.
toelopen
Het meisje loopt naar haar moeder toe.
cms/verbs-webp/123546660.webp
preveriti
Mehanik preverja funkcije avtomobila.
controleren
De monteur controleert de functies van de auto.
cms/verbs-webp/38296612.webp
obstajati
Dinozavri danes ne obstajajo več.
bestaan
Dinosaurussen bestaan tegenwoordig niet meer.
cms/verbs-webp/65915168.webp
šelestiti
Listje šelesti pod mojimi nogami.
ritselen
De bladeren ritselen onder mijn voeten.