Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
return
The boomerang returned.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
stand
The mountain climber is standing on the peak.
staan
De bergbeklimmer staat op de top.
evaluate
He evaluates the performance of the company.
evalueren
Hij evalueert de prestaties van het bedrijf.
rent out
He is renting out his house.
verhuren
Hij verhuurt zijn huis.
let in
It was snowing outside and we let them in.
binnenlaten
Buiten sneeuwde het en we lieten ze binnen.
use
Even small children use tablets.
gebruiken
Zelfs kleine kinderen gebruiken tablets.
lead
He enjoys leading a team.
leiden
Hij leidt graag een team.
influence
Don’t let yourself be influenced by others!
beïnvloeden
Laat je niet door anderen beïnvloeden!
stop
The policewoman stops the car.
stoppen
De agente stopt de auto.
kill
Be careful, you can kill someone with that axe!
doden
Pas op, je kunt iemand doden met die bijl!
travel
We like to travel through Europe.
reizen
We reizen graag door Europa.