Woordenlijst

Leer werkwoorden – Engels (US)

cms/verbs-webp/90821181.webp
beat
He beat his opponent in tennis.
verslaan
Hij versloeg zijn tegenstander in tennis.
cms/verbs-webp/119335162.webp
move
It’s healthy to move a lot.
bewegen
Het is gezond om veel te bewegen.
cms/verbs-webp/118026524.webp
receive
I can receive very fast internet.
ontvangen
Ik kan zeer snel internet ontvangen.
cms/verbs-webp/85010406.webp
jump over
The athlete must jump over the obstacle.
overspringen
De atleet moet over het obstakel springen.
cms/verbs-webp/121670222.webp
follow
The chicks always follow their mother.
volgen
De kuikens volgen altijd hun moeder.
cms/verbs-webp/87142242.webp
hang down
The hammock hangs down from the ceiling.
hangen
De hangmat hangt aan het plafond.
cms/verbs-webp/123546660.webp
check
The mechanic checks the car’s functions.
controleren
De monteur controleert de functies van de auto.
cms/verbs-webp/102397678.webp
publish
Advertising is often published in newspapers.
publiceren
Reclame wordt vaak in kranten gepubliceerd.
cms/verbs-webp/122394605.webp
change
The car mechanic is changing the tires.
vervangen
De automonteur vervangt de banden.
cms/verbs-webp/17624512.webp
get used to
Children need to get used to brushing their teeth.
wennen aan
Kinderen moeten wennen aan het tandenpoetsen.
cms/verbs-webp/61245658.webp
jump out
The fish jumps out of the water.
uitspringen
De vis springt uit het water.
cms/verbs-webp/89635850.webp
dial
She picked up the phone and dialed the number.
draaien
Ze pakte de telefoon en draaide het nummer.