Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
beat
He beat his opponent in tennis.
verslaan
Hij versloeg zijn tegenstander in tennis.
move
It’s healthy to move a lot.
bewegen
Het is gezond om veel te bewegen.
receive
I can receive very fast internet.
ontvangen
Ik kan zeer snel internet ontvangen.
jump over
The athlete must jump over the obstacle.
overspringen
De atleet moet over het obstakel springen.
follow
The chicks always follow their mother.
volgen
De kuikens volgen altijd hun moeder.
hang down
The hammock hangs down from the ceiling.
hangen
De hangmat hangt aan het plafond.
check
The mechanic checks the car’s functions.
controleren
De monteur controleert de functies van de auto.
publish
Advertising is often published in newspapers.
publiceren
Reclame wordt vaak in kranten gepubliceerd.
change
The car mechanic is changing the tires.
vervangen
De automonteur vervangt de banden.
get used to
Children need to get used to brushing their teeth.
wennen aan
Kinderen moeten wennen aan het tandenpoetsen.
jump out
The fish jumps out of the water.
uitspringen
De vis springt uit het water.