Woordenlijst

Leer werkwoorden – Spaans

cms/verbs-webp/12991232.webp
agradecer
¡Te lo agradezco mucho!
bedanken
Ik bedank je er heel erg voor!
cms/verbs-webp/94482705.webp
traducir
Él puede traducir entre seis idiomas.
vertalen
Hij kan tussen zes talen vertalen.
cms/verbs-webp/123203853.webp
causar
El alcohol puede causar dolores de cabeza.
veroorzaken
Alcohol kan hoofdpijn veroorzaken.
cms/verbs-webp/34725682.webp
sugerir
La mujer sugiere algo a su amiga.
voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.
cms/verbs-webp/123947269.webp
vigilar
Aquí todo está vigilado por cámaras.
monitoren
Alles wordt hier door camera’s gemonitord.
cms/verbs-webp/128782889.webp
asombrarse
Ella se asombró cuando recibió la noticia.
verbazen
Ze was verbaasd toen ze het nieuws ontving.
cms/verbs-webp/119188213.webp
votar
Los votantes están votando sobre su futuro hoy.
stemmen
De kiezers stemmen vandaag over hun toekomst.
cms/verbs-webp/115113805.webp
chatear
Ellos chatean entre sí.
kletsen
Ze kletsen met elkaar.
cms/verbs-webp/102168061.webp
protestar
La gente protesta contra la injusticia.
protesteren
Mensen protesteren tegen onrecht.
cms/verbs-webp/42111567.webp
equivocar
¡Piensa bien para que no te equivoques!
een fout maken
Denk goed na zodat je geen fout maakt!
cms/verbs-webp/99602458.webp
restringir
¿Se debe restringir el comercio?
beperken
Moet handel worden beperkt?
cms/verbs-webp/118483894.webp
disfrutar
Ella disfruta de la vida.
genieten
Ze geniet van het leven.