Woordenlijst
Leer werkwoorden – Litouws
taisyti
Mokytojas taiso mokinių rašinius.
corrigeren
De leraar corrigeert de essays van de studenten.
tikrinti
Ko tu nežinai, turėtum patikrinti.
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.
reikalauti
Jis reikalauja kompensacijos.
eisen
Hij eist compensatie.
važiuoti traukiniu
Aš ten važiuosiu traukiniu.
met de trein gaan
Ik ga er met de trein heen.
imituoti
Vaikas imituoja lėktuvą.
imiteren
Het kind imiteert een vliegtuig.
atlikti
Jis atlieka remontą.
uitvoeren
Hij voert de reparatie uit.
aptarti
Kolegos aptaria problemą.
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
priprasti
Vaikams reikia priprasti šepetėti dantis.
wennen aan
Kinderen moeten wennen aan het tandenpoetsen.
laukti
Vaikai visada laukia sniego.
verheugen
Kinderen verheugen zich altijd op sneeuw.
komentuoti
Jis kasdien komentuoja politiką.
becommentariëren
Hij becommentarieert elke dag de politiek.
išvykti
Laivas išplaukia iš uosto.
vertrekken
Het schip vertrekt uit de haven.