Woordenlijst

Leer werkwoorden – Engels (US)

cms/verbs-webp/125385560.webp
wash
The mother washes her child.
wassen
De moeder wast haar kind.
cms/verbs-webp/59552358.webp
manage
Who manages the money in your family?
beheren
Wie beheert het geld in jouw gezin?
cms/verbs-webp/89636007.webp
sign
He signed the contract.
ondertekenen
Hij ondertekende het contract.
cms/verbs-webp/124545057.webp
listen to
The children like to listen to her stories.
luisteren naar
De kinderen luisteren graag naar haar verhalen.
cms/verbs-webp/63457415.webp
simplify
You have to simplify complicated things for children.
vereenvoudigen
Je moet ingewikkelde dingen voor kinderen vereenvoudigen.
cms/verbs-webp/82845015.webp
report to
Everyone on board reports to the captain.
melden
Iedereen aan boord meldt zich bij de kapitein.
cms/verbs-webp/40326232.webp
understand
I finally understood the task!
begrijpen
Ik begreep eindelijk de taak!
cms/verbs-webp/64904091.webp
pick up
We have to pick up all the apples.
oprapen
We moeten alle appels oprapen.
cms/verbs-webp/85010406.webp
jump over
The athlete must jump over the obstacle.
overspringen
De atleet moet over het obstakel springen.
cms/verbs-webp/129203514.webp
chat
He often chats with his neighbor.
kletsen
Hij kletst vaak met zijn buurman.
cms/verbs-webp/121264910.webp
cut up
For the salad, you have to cut up the cucumber.
snijden
Voor de salade moet je de komkommer snijden.
cms/verbs-webp/68761504.webp
check
The dentist checks the patient’s dentition.
controleren
De tandarts controleert het gebit van de patiënt.