Woordenlijst

Leer werkwoorden – Deens

cms/verbs-webp/93697965.webp
køre rundt
Bilerne kører rundt i en cirkel.
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
cms/verbs-webp/106279322.webp
rejse
Vi kan godt lide at rejse gennem Europa.
reizen
We reizen graag door Europa.
cms/verbs-webp/105623533.webp
bør
Man bør drikke meget vand.
moeten
Men zou veel water moeten drinken.
cms/verbs-webp/101945694.webp
sove længe
De vil endelig sove længe en nat.
uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.
cms/verbs-webp/116932657.webp
modtage
Han modtager en god pension i alderdommen.
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.
cms/verbs-webp/78309507.webp
klippe ud
Figurerne skal klippes ud.
uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.
cms/verbs-webp/111750395.webp
gå tilbage
Han kan ikke gå tilbage alene.
teruggaan
Hij kan niet alleen teruggaan.
cms/verbs-webp/123211541.webp
sne
Det har sneet meget i dag.
sneeuwen
Het heeft vandaag veel gesneeuwd.
cms/verbs-webp/65915168.webp
rasle
Bladene rasler under mine fødder.
ritselen
De bladeren ritselen onder mijn voeten.
cms/verbs-webp/104818122.webp
reparere
Han ville reparere kablet.
repareren
Hij wilde de kabel repareren.
cms/verbs-webp/85623875.webp
studere
Der er mange kvinder, der studerer på mit universitet.
studeren
Er studeren veel vrouwen aan mijn universiteit.
cms/verbs-webp/63645950.webp
løbe
Hun løber hver morgen på stranden.
rennen
Ze rent elke ochtend op het strand.