Woordenlijst

Leer werkwoorden – Engels (US)

cms/verbs-webp/94555716.webp
become
They have become a good team.
worden
Ze zijn een goed team geworden.
cms/verbs-webp/125319888.webp
cover
She covers her hair.
bedekken
Ze bedekt haar haar.
cms/verbs-webp/102114991.webp
cut
The hairstylist cuts her hair.
knippen
De kapper knipt haar haar.
cms/verbs-webp/92207564.webp
ride
They ride as fast as they can.
rijden
Ze rijden zo snel als ze kunnen.
cms/verbs-webp/113415844.webp
leave
Many English people wanted to leave the EU.
verlaten
Veel Engelsen wilden de EU verlaten.
cms/verbs-webp/49585460.webp
end up
How did we end up in this situation?
terechtkomen
Hoe zijn we in deze situatie terechtgekomen?
cms/verbs-webp/43483158.webp
go by train
I will go there by train.
met de trein gaan
Ik ga er met de trein heen.
cms/verbs-webp/100466065.webp
leave out
You can leave out the sugar in the tea.
weglaten
Je kunt de suiker in de thee weglaten.
cms/verbs-webp/106851532.webp
look at each other
They looked at each other for a long time.
elkaar aankijken
Ze keken elkaar lang aan.
cms/verbs-webp/120259827.webp
criticize
The boss criticizes the employee.
bekritiseren
De baas bekritiseert de werknemer.
cms/verbs-webp/78773523.webp
increase
The population has increased significantly.
toenemen
De bevolking is sterk toegenomen.
cms/verbs-webp/41918279.webp
run away
Our son wanted to run away from home.
weglopen
Onze zoon wilde van huis weglopen.