Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
become
They have become a good team.
worden
Ze zijn een goed team geworden.
cover
She covers her hair.
bedekken
Ze bedekt haar haar.
cut
The hairstylist cuts her hair.
knippen
De kapper knipt haar haar.
ride
They ride as fast as they can.
rijden
Ze rijden zo snel als ze kunnen.
leave
Many English people wanted to leave the EU.
verlaten
Veel Engelsen wilden de EU verlaten.
end up
How did we end up in this situation?
terechtkomen
Hoe zijn we in deze situatie terechtgekomen?
go by train
I will go there by train.
met de trein gaan
Ik ga er met de trein heen.
leave out
You can leave out the sugar in the tea.
weglaten
Je kunt de suiker in de thee weglaten.
look at each other
They looked at each other for a long time.
elkaar aankijken
Ze keken elkaar lang aan.
criticize
The boss criticizes the employee.
bekritiseren
De baas bekritiseert de werknemer.
increase
The population has increased significantly.
toenemen
De bevolking is sterk toegenomen.