Woordenlijst

Leer werkwoorden – Engels (UK)

cms/verbs-webp/57481685.webp
repeat a year
The student has repeated a year.
overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.
cms/verbs-webp/66441956.webp
write down
You have to write down the password!
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
cms/verbs-webp/118253410.webp
spend
She spent all her money.
uitgeven
Ze heeft al haar geld uitgegeven.
cms/verbs-webp/94555716.webp
become
They have become a good team.
worden
Ze zijn een goed team geworden.
cms/verbs-webp/81740345.webp
summarize
You need to summarize the key points from this text.
samenvatten
Je moet de belangrijkste punten uit deze tekst samenvatten.
cms/verbs-webp/77581051.webp
offer
What are you offering me for my fish?
aanbieden
Wat bied je me aan voor mijn vis?
cms/verbs-webp/116877927.webp
set up
My daughter wants to set up her apartment.
inrichten
Mijn dochter wil haar appartement inrichten.
cms/verbs-webp/41019722.webp
drive home
After shopping, the two drive home.
naar huis rijden
Na het winkelen rijden de twee naar huis.
cms/verbs-webp/121670222.webp
follow
The chicks always follow their mother.
volgen
De kuikens volgen altijd hun moeder.
cms/verbs-webp/119302514.webp
call
The girl is calling her friend.
bellen
Het meisje belt haar vriendin.
cms/verbs-webp/116166076.webp
pay
She pays online with a credit card.
betalen
Ze betaalt online met een creditcard.
cms/verbs-webp/110056418.webp
give a speech
The politician is giving a speech in front of many students.
een toespraak houden
De politicus houdt een toespraak voor veel studenten.