Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (UK)
repeat a year
The student has repeated a year.
overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.
write down
You have to write down the password!
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
spend
She spent all her money.
uitgeven
Ze heeft al haar geld uitgegeven.
become
They have become a good team.
worden
Ze zijn een goed team geworden.
summarize
You need to summarize the key points from this text.
samenvatten
Je moet de belangrijkste punten uit deze tekst samenvatten.
offer
What are you offering me for my fish?
aanbieden
Wat bied je me aan voor mijn vis?
set up
My daughter wants to set up her apartment.
inrichten
Mijn dochter wil haar appartement inrichten.
drive home
After shopping, the two drive home.
naar huis rijden
Na het winkelen rijden de twee naar huis.
follow
The chicks always follow their mother.
volgen
De kuikens volgen altijd hun moeder.
call
The girl is calling her friend.
bellen
Het meisje belt haar vriendin.
pay
She pays online with a credit card.
betalen
Ze betaalt online met een creditcard.