Woordenlijst
Leer werkwoorden – Noors
motta
Hun mottok en veldig fin gave.
ontvangen
Ze ontving een heel mooi cadeau.
være oppmerksom på
Man må være oppmerksom på trafikkskiltene.
opletten
Men moet opletten voor de verkeerstekens.
tenke med
Du må tenke med i kortspill.
meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
tenke
Hun må alltid tenke på ham.
denken
Ze moet altijd aan hem denken.
male
Jeg har malt et vakkert bilde til deg!
schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!
smake
Hovedkokken smaker på suppen.
proeven
De chef-kok proeft de soep.
lytte
Hun lytter og hører en lyd.
luisteren
Ze luistert en hoort een geluid.
svømme
Hun svømmer regelmessig.
zwemmen
Ze zwemt regelmatig.
dekke
Hun dekker ansiktet sitt.
bedekken
Ze bedekt haar gezicht.
jobbe med
Han må jobbe med alle disse filene.
werken aan
Hij moet aan al deze bestanden werken.
logge inn
Du må logge inn med passordet ditt.
inloggen
Je moet inloggen met je wachtwoord.