Woordenlijst

Leer werkwoorden – Noors

cms/verbs-webp/72855015.webp
motta
Hun mottok en veldig fin gave.
ontvangen
Ze ontving een heel mooi cadeau.
cms/verbs-webp/59066378.webp
være oppmerksom på
Man må være oppmerksom på trafikkskiltene.
opletten
Men moet opletten voor de verkeerstekens.
cms/verbs-webp/47225563.webp
tenke med
Du må tenke med i kortspill.
meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
cms/verbs-webp/120128475.webp
tenke
Hun må alltid tenke på ham.
denken
Ze moet altijd aan hem denken.
cms/verbs-webp/121112097.webp
male
Jeg har malt et vakkert bilde til deg!
schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!
cms/verbs-webp/118780425.webp
smake
Hovedkokken smaker på suppen.
proeven
De chef-kok proeft de soep.
cms/verbs-webp/112407953.webp
lytte
Hun lytter og hører en lyd.
luisteren
Ze luistert en hoort een geluid.
cms/verbs-webp/123619164.webp
svømme
Hun svømmer regelmessig.
zwemmen
Ze zwemt regelmatig.
cms/verbs-webp/63244437.webp
dekke
Hun dekker ansiktet sitt.
bedekken
Ze bedekt haar gezicht.
cms/verbs-webp/27564235.webp
jobbe med
Han må jobbe med alle disse filene.
werken aan
Hij moet aan al deze bestanden werken.
cms/verbs-webp/113316795.webp
logge inn
Du må logge inn med passordet ditt.
inloggen
Je moet inloggen met je wachtwoord.
cms/verbs-webp/87142242.webp
henge ned
Hengekøyen henger ned fra taket.
hangen
De hangmat hangt aan het plafond.