Woordenlijst

Leer werkwoorden – Bosnisch

cms/verbs-webp/102169451.webp
rukovati
Probleme treba rukovati.
omgaan
Men moet met problemen omgaan.
cms/verbs-webp/90773403.webp
pratiti
Moj pas me prati kad trčim.
volgen
Mijn hond volgt me als ik jog.
cms/verbs-webp/10206394.webp
podnijeti
Ona jedva podnosi bol!
verdragen
Ze kan de pijn nauwelijks verdragen!
cms/verbs-webp/94909729.webp
čekati
Još moramo čekati mjesec dana.
wachten
We moeten nog een maand wachten.
cms/verbs-webp/90643537.webp
pjevati
Djeca pjevaju pjesmu.
zingen
De kinderen zingen een lied.
cms/verbs-webp/49374196.webp
otpustiti
Moj šef me otpustio.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
cms/verbs-webp/118765727.webp
opteretiti
Uredski posao je jako opterećuje.
belasten
Kantoorwerk belast haar erg.
cms/verbs-webp/43956783.webp
pobjeći
Naša mačka je pobjegla.
weglopen
Onze kat is weggelopen.
cms/verbs-webp/118861770.webp
bojati se
Dijete se boji u mraku.
bang zijn
Het kind is bang in het donker.
cms/verbs-webp/102731114.webp
objaviti
Izdavač je objavio mnoge knjige.
publiceren
De uitgever heeft veel boeken gepubliceerd.
cms/verbs-webp/51119750.webp
snaći se
Dobro se snalazim u labirintu.
de weg vinden
Ik kan goed de weg vinden in een labyrint.
cms/verbs-webp/97784592.webp
obratiti pažnju
Treba obratiti pažnju na saobraćajne znakove.
opletten
Men moet opletten voor de verkeersborden.