Woordenlijst
Leer werkwoorden – Catalaans
superar
Els atletes superen el salt d’aigua.
overwinnen
De atleten overwinnen de waterval.
estar interconnectat
Tots els països de la Terra estan interconnectats.
verbonden zijn
Alle landen op aarde zijn met elkaar verbonden.
endevinar
Has d’endevinar qui sóc!
raden
Je moet raden wie ik ben!
sortir
A les noies els agrada sortir juntes.
uitgaan
De meisjes gaan graag samen uit.
tocar
El pagès toca les seves plantes.
aanraken
De boer raakt zijn planten aan.
estar d’acord
Els veïns no podien estar d’acord sobre el color.
eens zijn
De buren konden het niet eens worden over de kleur.
estalviar
Pots estalviar diners en calefacció.
besparen
Je kunt geld besparen op verwarming.
passar
Ella passa tot el seu temps lliure fora.
doorbrengen
Ze brengt al haar vrije tijd buiten door.
produir
Es pot produir més barat amb robots.
produceren
Men kan goedkoper produceren met robots.
renovar
El pintor vol renovar el color de la paret.
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
tallar
La tela s’està tallant a mida.
op maat snijden
De stof wordt op maat gesneden.