Woordenlijst
Urdu – Werkwoorden oefenen
stoppen
Je moet stoppen bij het rode licht.
overnachten
We overnachten in de auto.
tonen
Ik kan een visum in mijn paspoort tonen.
bekijken
Op vakantie heb ik veel bezienswaardigheden bekeken.
weerzien
Ze zien elkaar eindelijk weer.
meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
vastzitten
Ik zit vast en kan geen uitweg vinden.
uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.
weggooien
Hij stapt op een weggegooide bananenschil.
afwassen
Ik hou niet van afwassen.
geven
Wat heeft haar vriend haar voor haar verjaardag gegeven?