Woordenlijst
Urdu – Werkwoorden oefenen
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.
luisteren
Ze luistert en hoort een geluid.
rondspringen
Het kind springt vrolijk in het rond.
doorrijden
De auto rijdt door een boom.
parkeren
De fietsen staan voor het huis geparkeerd.
overrijden
Helaas worden er nog veel dieren overreden door auto’s.
beheren
Wie beheert het geld in jouw gezin?
bedanken
Ik bedank je er heel erg voor!
nodig hebben
Je hebt een krik nodig om een band te verwisselen.
trekken
Hoe gaat hij die grote vis eruit trekken?
uitzoeken
Ze zoekt een nieuwe zonnebril uit.