Woordenlijst
Lets – Werkwoorden oefenen
versterken
Gymnastiek versterkt de spieren.
roepen
De jongen roept zo luid als hij kan.
bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.
begeleiden
De hond begeleidt hen.
doden
Ik zal de vlieg doden!
belonen
Hij werd beloond met een medaille.
op maat snijden
De stof wordt op maat gesneden.
bevorderen
We moeten alternatieven voor autoverkeer bevorderen.
dichterbij komen
De slakken komen dichter bij elkaar.
missen
Ze heeft een belangrijke afspraak gemist.
vrezen
We vrezen dat de persoon ernstig gewond is.