Woordenlijst
Lets – Werkwoorden oefenen
overlaten
De eigenaren laten hun honden aan mij over voor een wandeling.
openen
Kun je dit blikje voor me openen?
werken voor
Hij heeft hard gewerkt voor zijn goede cijfers.
vooruitgang boeken
Slakken boeken alleen langzame vooruitgang.
annuleren
De vlucht is geannuleerd.
controleren
De tandarts controleert het gebit van de patiënt.
opschrijven
Ze wil haar zakelijk idee opschrijven.
bewust zijn van
Het kind is zich bewust van de ruzie van zijn ouders.
vertalen
Hij kan tussen zes talen vertalen.
leren kennen
Vreemde honden willen elkaar leren kennen.
studeren
De meisjes studeren graag samen.