Woordenlijst
Koreaans – Werkwoorden oefenen
rennen
Ze rent elke ochtend op het strand.
leiden
Hij leidt het meisje bij de hand.
ter sprake brengen
Hoe vaak moet ik dit argument ter sprake brengen?
bevorderen
We moeten alternatieven voor autoverkeer bevorderen.
wandelen
Hij wandelt graag in het bos.
sorteren
Hij sorteert graag zijn postzegels.
aanbieden
Ze bood aan de bloemen water te geven.
zoeken naar
De politie zoekt naar de dader.
binnenkomen
Kom binnen!
weglopen
Onze kat is weggelopen.
leiden
De meest ervaren wandelaar leidt altijd.