Woordenlijst
Koreaans – Werkwoorden oefenen
hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.
straffen
Ze strafte haar dochter.
verkiezen
Veel kinderen verkiezen snoep boven gezonde dingen.
controleren
Hij controleert wie daar woont.
inloggen
Je moet inloggen met je wachtwoord.
gebeuren
Vreemde dingen gebeuren in dromen.
wachten
Ze wacht op de bus.
gooien
Hij gooit zijn computer boos op de grond.
voorgaan
Gezondheid gaat altijd voor!
onderdak vinden
We vonden onderdak in een goedkoop hotel.
weglopen
Onze zoon wilde van huis weglopen.