Woordenlijst
Frans – Werkwoorden oefenen
missen
Hij miste de kans op een doelpunt.
aansteken
Hij stak een lucifer aan.
bevorderen
We moeten alternatieven voor autoverkeer bevorderen.
herhalen
Mijn papegaai kan mijn naam herhalen.
bezoeken
Een oude vriend bezoekt haar.
ontmoeten
Ze ontmoetten elkaar voor het eerst op het internet.
vrienden worden
De twee zijn vrienden geworden.
bezitten
Ik bezit een rode sportwagen.
zingen
De kinderen zingen een lied.
sturen
Hij stuurt een brief.
begrijpen
Men kan niet alles over computers begrijpen.