Woordenlijst
Frans – Werkwoorden oefenen
onderstrepen
Hij onderstreepte zijn uitspraak.
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.
activeren
De rook activeerde het alarm.
weigeren
Het kind weigert zijn eten.
uitspringen
De vis springt uit het water.
missen
Hij miste de kans op een doelpunt.
opletten
Men moet opletten voor de verkeersborden.
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
oefenen
De vrouw beoefent yoga.
onderschrijven
We onderschrijven graag uw idee.
aankomen
Het vliegtuig is op tijd aangekomen.