Woordenlijst
Arabisch – Werkwoorden oefenen
horen
Ik kan je niet horen!
begeleiden
De hond begeleidt hen.
nodig hebben
Ik heb dorst, ik heb water nodig!
bewaren
Ik bewaar mijn geld in mijn nachtkastje.
de weg terugvinden
Ik kan de weg terug niet vinden.
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.
dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.
begrijpen
Ik kan je niet begrijpen!
duwen
De verpleegster duwt de patiënt in een rolstoel.
naar huis gaan
Hij gaat na het werk naar huis.