Woordenlijst
Grieks – Werkwoorden oefenen
bevallen
Ze zal binnenkort bevallen.
voltooien
Kun je de puzzel voltooien?
uitnodigen
Wij nodigen je uit voor ons oudejaarsfeest.
onderschrijven
We onderschrijven graag uw idee.
annuleren
De vlucht is geannuleerd.
volgen
De kuikens volgen altijd hun moeder.
liggen
De kinderen liggen samen in het gras.
gebruiken
Zelfs kleine kinderen gebruiken tablets.
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
zorgen voor
Onze conciërge zorgt voor de sneeuwruiming.
voelen
De moeder voelt veel liefde voor haar kind.