Woordenlijst
Indonesisch – Werkwoorden oefenen
naar buiten rennen
Ze rent met de nieuwe schoenen naar buiten.
gebruiken
Ze gebruikt dagelijks cosmetische producten.
produceren
Men kan goedkoper produceren met robots.
bellen
Het meisje belt haar vriendin.
toevoegen
Ze voegt wat melk toe aan de koffie.
schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!
verbonden zijn
Alle landen op aarde zijn met elkaar verbonden.
laten staan
Vandaag moeten velen hun auto’s laten staan.
beheersen
Ik kan niet te veel geld uitgeven; ik moet me beheersen.
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
missen
De man heeft zijn trein gemist.