Woordenlijst
Engels (US) – Werkwoorden oefenen
bereiden
Er wordt een heerlijk ontbijt bereid!
opzij zetten
Ik wil elke maand wat geld opzij zetten voor later.
rijden
Ze rijden zo snel als ze kunnen.
uitvoeren
Hij voert de reparatie uit.
ritselen
De bladeren ritselen onder mijn voeten.
bezoeken
Ze bezoekt Parijs.
schrijven
Hij schrijft een brief.
doden
Ik zal de vlieg doden!
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
verhogen
Het bedrijf heeft zijn omzet verhoogd.
werken
De motorfiets is kapot; hij werkt niet meer.