Woordenlijst
Engels (US) – Werkwoorden oefenen
vergeven
Ik vergeef hem zijn schulden.
naar buiten willen
Het kind wil naar buiten.
veranderen
Veel is veranderd door klimaatverandering.
bouwen
De kinderen bouwen een hoge toren.
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
uitspreken
Ze wil zich uitspreken tegen haar vriend.
verschijnen
Er verscheen plotseling een grote vis in het water.
pronken
Hij pronkt graag met zijn geld.
uitleggen
Opa legt de wereld uit aan zijn kleinzoon.
openen
Het festival werd geopend met vuurwerk.
genereren
We genereren elektriciteit met wind en zonlicht.