Woordenlijst
Deens – Werkwoorden oefenen
bezoeken
Ze bezoekt Parijs.
stoppen
De vrouw stopt een auto.
begrenzen
Hekken begrenzen onze vrijheid.
beschrijven
Hoe kun je kleuren beschrijven?
reizen
We reizen graag door Europa.
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
noemen
Hoeveel landen kun je noemen?
verdwalen
Het is gemakkelijk om in het bos te verdwalen.
kopen
Ze willen een huis kopen.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
overlaten
De eigenaren laten hun honden aan mij over voor een wandeling.