Woordenlijst
Bengaals – Werkwoorden oefenen
besparen
Je bespaart geld als je de kamertemperatuur verlaagt.
consumeren
Ze consumeert een stukje taart.
studeren
Er studeren veel vrouwen aan mijn universiteit.
zitten
Er zitten veel mensen in de kamer.
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
overnachten
We overnachten in de auto.
praten met
Iemand zou met hem moeten praten; hij is zo eenzaam.
voltooien
Hij voltooit elke dag zijn jogroute.
durven
Ze durfden uit het vliegtuig te springen.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
bedekken
Het kind bedekt zijn oren.