Woordenlijst
Arabisch – Werkwoorden oefenen
moeten
Hij moet hier uitstappen.
liegen
Hij liegt vaak als hij iets wil verkopen.
schrijven op
De kunstenaars hebben op de hele muur geschreven.
spreken
Men moet niet te luid spreken in de bioscoop.
imiteren
Het kind imiteert een vliegtuig.
wassen
De moeder wast haar kind.
creëren
Wie heeft de aarde gecreëerd?
vertegenwoordigen
Advocaten vertegenwoordigen hun cliënten in de rechtbank.
protesteren
Mensen protesteren tegen onrecht.
controleren
De tandarts controleert het gebit van de patiënt.
werken
De motorfiets is kapot; hij werkt niet meer.