Woordenlijst
Arabisch – Werkwoorden oefenen
bedienen
De chef bedient ons vandaag zelf.
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
voorbijgaan
De tijd gaat soms langzaam voorbij.
investeren
Waar moeten we ons geld in investeren?
vooruitgang boeken
Slakken boeken alleen langzame vooruitgang.
verkiezen
Onze dochter leest geen boeken; ze verkiest haar telefoon.
beginnen
Een nieuw leven begint met een huwelijk.
moeten gaan
Ik heb dringend vakantie nodig; ik moet gaan!
publiceren
De uitgever heeft veel boeken gepubliceerd.
bereiden
Ze bereidt een taart.
hangen
IJsspegels hangen van het dak.