Woordenlijst
Arabisch – Werkwoorden oefenen
bedekken
Het kind bedekt zichzelf.
slaan
Ze slaat de bal over het net.
naar huis gaan
Hij gaat na het werk naar huis.
schoonmaken
Ze maakt de keuken schoon.
kiezen
Het is moeilijk om de juiste te kiezen.
overtreffen
Walvissen overtreffen alle dieren in gewicht.
geld uitgeven
We moeten veel geld uitgeven aan reparaties.
belasten
Kantoorwerk belast haar erg.
antwoorden
De student beantwoordt de vraag.
boos worden
Ze wordt boos omdat hij altijd snurkt.
vergelijken
Ze vergelijken hun cijfers.