Woordenlijst

Leer werkwoorden – Ests

cms/verbs-webp/102823465.webp
näitama
Ma saan näidata oma passis viisat.
tonen
Ik kan een visum in mijn paspoort tonen.
cms/verbs-webp/46602585.webp
transportima
Me transpordime jalgrattaid auto katuse peal.
vervoeren
We vervoeren de fietsen op het dak van de auto.
cms/verbs-webp/122398994.webp
tapma
Ole ettevaatlik, sa võid selle kirvega kedagi tappa!
doden
Pas op, je kunt iemand doden met die bijl!
cms/verbs-webp/47969540.webp
pimedaks jääma
Mees märkidega on jäänud pimedaks.
blind worden
De man met de badges is blind geworden.
cms/verbs-webp/101630613.webp
otsima
Varas otsib maja läbi.
doorzoeken
De inbreker doorzoekt het huis.
cms/verbs-webp/47802599.webp
eelistama
Paljud lapsed eelistavad kommi tervislikule toidule.
verkiezen
Veel kinderen verkiezen snoep boven gezonde dingen.
cms/verbs-webp/89025699.webp
kandma
Eesel kannab rasket koormat.
dragen
De ezel draagt een zware last.
cms/verbs-webp/116877927.webp
sisse seadma
Mu tütar soovib oma korterit sisse seada.
inrichten
Mijn dochter wil haar appartement inrichten.
cms/verbs-webp/102169451.webp
käsitsema
Probleeme tuleb käsitleda.
omgaan
Men moet met problemen omgaan.
cms/verbs-webp/75281875.webp
hoolitsema
Meie majahoidja hoolitseb lumekoristuse eest.
zorgen voor
Onze conciërge zorgt voor de sneeuwruiming.
cms/verbs-webp/132305688.webp
raiskama
Energiat ei tohiks raisata.
verspillen
Energie mag niet verspild worden.
cms/verbs-webp/90032573.webp
teadma
Lapsed on väga uudishimulikud ja teavad juba palju.
weten
De kinderen zijn erg nieuwsgierig en weten al veel.