Woordenlijst
Leer werkwoorden – Bosnisch
imati na raspolaganju
Djeca imaju samo džeparac na raspolaganju.
ter beschikking hebben
Kinderen hebben alleen zakgeld ter beschikking.
pobjeći
Svi su pobjegli od požara.
wegrennen
Iedereen rende weg van het vuur.
čekati
Još moramo čekati mjesec dana.
wachten
We moeten nog een maand wachten.
isključiti
Grupa ga isključuje.
uitsluiten
De groep sluit hem uit.
obnoviti
Slikar želi obnoviti boju zida.
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
tiskati
Knjige i novine se tiskaju.
drukken
Boeken en kranten worden gedrukt.
voziti
Djeca vole voziti bicikle ili skutere.
rijden
Kinderen rijden graag op fietsen of steps.
kretati se
Zdravo je puno se kretati.
bewegen
Het is gezond om veel te bewegen.
pobjeći
Naša mačka je pobjegla.
weglopen
Onze kat is weggelopen.
birati
Uzela je telefon i birala broj.
draaien
Ze pakte de telefoon en draaide het nummer.
zaposliti
Firma želi zaposliti više ljudi.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.