Woordenlijst

Leer werkwoorden – Bosnisch

cms/verbs-webp/19584241.webp
imati na raspolaganju
Djeca imaju samo džeparac na raspolaganju.
ter beschikking hebben
Kinderen hebben alleen zakgeld ter beschikking.
cms/verbs-webp/116067426.webp
pobjeći
Svi su pobjegli od požara.
wegrennen
Iedereen rende weg van het vuur.
cms/verbs-webp/94909729.webp
čekati
Još moramo čekati mjesec dana.
wachten
We moeten nog een maand wachten.
cms/verbs-webp/32312845.webp
isključiti
Grupa ga isključuje.
uitsluiten
De groep sluit hem uit.
cms/verbs-webp/128644230.webp
obnoviti
Slikar želi obnoviti boju zida.
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
cms/verbs-webp/96668495.webp
tiskati
Knjige i novine se tiskaju.
drukken
Boeken en kranten worden gedrukt.
cms/verbs-webp/84472893.webp
voziti
Djeca vole voziti bicikle ili skutere.
rijden
Kinderen rijden graag op fietsen of steps.
cms/verbs-webp/119335162.webp
kretati se
Zdravo je puno se kretati.
bewegen
Het is gezond om veel te bewegen.
cms/verbs-webp/43956783.webp
pobjeći
Naša mačka je pobjegla.
weglopen
Onze kat is weggelopen.
cms/verbs-webp/89635850.webp
birati
Uzela je telefon i birala broj.
draaien
Ze pakte de telefoon en draaide het nummer.
cms/verbs-webp/103797145.webp
zaposliti
Firma želi zaposliti više ljudi.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
cms/verbs-webp/90032573.webp
znati
Djeca su vrlo znatiželjna i već puno znaju.
weten
De kinderen zijn erg nieuwsgierig en weten al veel.