Woordenlijst
Leer werkwoorden – Esperanto
zorgi
Nia filo bone zorgas pri sia nova aŭto.
zorgen voor
Onze zoon zorgt heel goed voor zijn nieuwe auto.
zorgi pri
Nia dommajstro zorgas pri la neĝforigo.
zorgen voor
Onze conciërge zorgt voor de sneeuwruiming.
vojaĝi
Ni ŝatas vojaĝi tra Eŭropo.
reizen
We reizen graag door Europa.
signifi
Kion signifas ĉi tiu blazono sur la planko?
betekenen
Wat betekent dit wapenschild op de vloer?
minaci
Katastrofo minacas.
op handen zijn
Een ramp is op handen.
malfermi
Kiu malfermas la fenestrojn invitas ŝtelistojn!
open laten
Wie de ramen open laat, nodigt inbrekers uit!
deĉifri
Li deĉifras la etan presitaĵon per lupo.
ontcijferen
Hij ontcijfert de kleine letters met een vergrootglas.
konatiĝi
Fremdaj hundoj volas konatiĝi unu kun la alia.
leren kennen
Vreemde honden willen elkaar leren kennen.
trejni
Profesiaj atletoj devas trejni ĉiutage.
trainen
Professionele atleten moeten elke dag trainen.
emfazi
Vi povas bone emfazi viajn okulojn per ŝminko.
benadrukken
Je kunt je ogen goed benadrukken met make-up.
danci
Ili danĉas tangoon enamo.
dansen
Ze dansen verliefd een tango.